Terug

Regionale anesthesie

Regionale anesthesie

Patiëntfolder

Regionale anesthesie is een vorm van plaatselijke anesthesie. Bij deze vorm van plaatselijke anesthesie verdooft de anesthesioloog alleen een gedeelte van uw lichaam, bijvoorbeeld uw arm of been.

Door een verdovingsmiddel rond de betreffende zenuwen te spuiten worden deze zenuwen tijdelijk uitgeschakeld. De plaats van de operatie wordt hiermee tijdelijk gevoelloos gemaakt. Verschillende delen van uw lichaam kunnen zo verdoofd worden. Bij deze vorm van anesthesie blijft u in principe wakker. 

Het operatiegebied wordt altijd met een operatiescherm afgeschermd, zodat u niets van de operatie ziet. Als u er tegenop ziet om de operatie bewust mee te maken, dan kunt u een licht slaapmiddel (roesje) krijgen. U kunt dit ook tijdens de ingreep nog aan de anesthesioloog vragen.

Vormen van regionale anesthesie uitklapper, klik om te openen

Ruggenprik

Een ruggenprik is een prik dichtbij de wervelkolom. Er zijn twee soorten ruggenprikken: spinale ruggenprik en epidurale ruggenprik.

video qr code

In deze folder bevindt zich extra informatie door middel van een video. Scan de bovenste QR-code met uw telefoon om deze video te bekijken. Of bekijk de video via:

Spinale ruggenprik 

Om de ruggenprik uit te voeren vraagt de anesthesioloog u rechtop te komen zitten en uw rug bol te maken. De anesthesioloog brengt voorzichtig een dunne naald in tussen twee verschillende werveluitsteeksels, waarna de verdoving wordt ingespoten. Met deze vorm van anesthesie wordt het onderste gedeelte van uw lichaam gevoelloos gemaakt. Ook kunt u uw benen tijdelijk niet meer bewegen. Afhankelijk van het medicijn en de duur van de operatie kan het 1,5 tot 5 uur duren voordat de verdoving volledig is uitgewerkt.

Epidurale ruggenprik

Deze vorm van anesthesie is in de uitvoering hetzelfde als de spinaal. Bij deze techniek wordt er een slangetje in de rug achtergelaten om een aantal dagen na de operatie pijnstilling te kunnen geven. Dit kan gelden voor operaties vanaf de borst tot de benen. Het verschil met een ‘spinaal’ is dat u uw benen nog wel kunt bewegen. Vaak wordt de epiduraal gecombineerd met algehele anesthesie. De anesthesioloog of een speciaal opgeleide verpleegkundige komt dagelijks bij u langs voor controle.

Naar huis na een ruggenprik

Voor regionale anesthesie is het niet altijd noodzakelijk dat uw verdoving volledig is uitgewerkt voordat u naar huis gaat.

Bij een ruggenprik moet de verdoving volledig zijn uitgewerkt en moet u een keer naar het toilet zijn geweest voordat u naar huis mag. Na het uitwerken van de verdoving kan het zijn dat u pijn gaat voelen. Start daarom tijdig met uw pijnmedicatie. Uw anesthesioloog zal u vertellen wat u kunt innemen.

Indien u onder regionaal anesthesie behandeld bent, is het niet toegestaan zelfstandig naar huis te gaan.

Complicaties en bijwerkingen ruggenprik

  • Onvoldoende pijnstilling. Het kan voorkomen dat de ruggenprik u onvoldoende pijnstilling geeft. De anesthesioloog zal dan nog wat extra medicatie kunnen geven. In andere gevallen is het soms nodig om dan alsnog voor algehele anesthesie te kiezen.
  • Vagale reactie/ lage bloeddruk. Uw bloeddruk kan dalen na het prikken. Dit kunt u voelen als een licht gevoel in het hoofd. Als u dit aangeeft, kunnen wij dit behandelen met medicijnen.
  • Rugpijn. Sommige patiënten geven tot een aantal dagen na de prik, pijn aan ter hoogte van de plaats waar geprikt is. Dit gaat zoals gewone rugpijn na een aantal dagen tot weken over. Mocht de pijn toenemen of krijgt u koorts, neem dan contact op met de anesthesioloog.
  • Hoofdpijn. Het kan zijn dat u hoofdpijn heeft na de ruggenprik. Dit is hoofdpijn die erger wordt bij overeind zitten en minder erg bij liggen. Meestal verdwijnen deze klachten vanzelf binnen een week. Mochten de klachten aanhouden of zo hevig zijn dat u in bed moet blijven, neem dan contact op met de anesthesioloog.

Verdoving van één arm of been (plexusanesthesie)

Bij bepaalde operaties aan een arm of been kan deze ook afzonderlijk worden verdoofd. De anesthesioloog geeft dan een injectie in de hals of oksel (arm) of aan de voorzijde of achterzijde van het been om dit deel van het lichaam gevoelloos te maken. Ook kunt u de arm of het been niet meer bewegen. Na het prikken moet het verdovingsmiddel 30 minuten inwerken om het gewenste effect te bereiken. Deze verdoving werkt meestal 12-24 uur. Indien de verdoving langer dan 24 uur aanhoudt, neemt u dan contact op met de anesthesioloog.

Naar huis na plexusanesthesie

Voor regionale anesthesie is het niet altijd noodzakelijk dat uw verdoving volledig is uitgewerkt voordat u naar huis gaat. 

Na een plexusanesthesie (tijdelijke verdoving van een arm of been) hoeft u niet te wachten tot de verdoving volledig is uitgewerkt. Zolang de arm verdoofd is moet u deze echter wel in een mitella dragen, zodat u de arm niet kunt bezeren. Bij een dergelijke verdoving van het been dient u krukken te gebruiken en het been niet te belasten. Ook hiervoor geldt dat u pijn kunt ervaren als de verdoving is uitgewerkt. Begin ook hierbij tijdig met uw voorgeschreven pijnmedicatie.

In enkele gevallen laten wij een slangetje (catheter) achter bij de regionale verdoving. Dit kan zowel in de rug, als in de hals, lies of achterkant van het bovenbeen. U kunt niet naar huis zolang de catheter nog werkzaam is. De anesthesioloog of anesthesieverpleegkundige loopt dagelijks bij u langs en beoordeelt of het slangetje verwijderd kan worden.

Indien u onder regionaal anesthesie behandeld bent, is het niet toegestaan zelfstandig naar huis te gaan.

Complicaties en bijwerkingen plexusanesthesie

  • Onvoldoende pijnstilling. Soms kan het voorkomen dat de blokkade die u heeft gekregen onvoldoende pijnstilling geeft. In dat geval is het vaak noodzakelijk om u alsnog algehele anesthesie te geven.
  • Indien er in de hals geprikt wordt voor verdoving van een operatie aan de schouder kan het zijn dat uw ooglid gaat hangen aan de zijde waar de verdoving is gezet. Dit trekt vanzelf bij als het verdovingsmiddel uitwerkt.
  • Indien u een blokkade krijgt van de arm kan het voorkomen dat een gedeelte van het middenrif mee wordt verdoofd. In enkele gevallen kan dit aanvoelen als een benauwd gevoel. Geef dit aan aan de anesthesioloog.
  • In zeer zeldzame gevallen wordt er bij een blokkade van de arm met een prik in de schouder een klaplong geprikt.

Contact uitklapper, klik om te openen

Polikliniek Anesthesiologie

Telefoonnummer: 088-7558805 Maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur.

Bedankt voor uw reactie!

Heeft deze informatie u geholpen?

Graag horen we van u waarom niet, zodat we onze website kunnen verbeteren.

Werken bij het UMC Utrecht

Contact

Afspraken

Praktisch

umcutrecht.nl maakt gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van cookies Deze website toont video’s van o.a. YouTube. Dergelijke partijen plaatsen cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt kunt u dat hier aangeven. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren.

Lees meer over het cookiebeleid

Akkoord Nee, liever niet