Terug

Interne geneeskunde, wetenschapsstage maag-, darm- en leverziekten

Interne geneeskunde, wetenschapsstage maag-, darm- en leverziekten

Hier vind je het aanbod aan wetenschappelijke keuzestages maag-, darm-, en leverziekten bij de divisie Interne Geneeskunde en Dermatologie. Deze stages zijn bedoeld voor geneeskunde studenten van master jaar 1 en 2.

Hier vind je het aanbod aan wetenschappelijke keuzestages maag-, darm-, en leverziekten bij de divisie Interne Geneeskunde en Dermatologie. Deze stages zijn bedoeld voor geneeskunde studenten van master jaar 1 en 2.

Effectiviteit van behandeling van auto-immuun pancreatitis uitklapper, klik om te openen

Inleiding

Deze wetenschappelijke stage is onderdeel van een groter Europees onderzoek naar de meest optimale behandelingsstrategie voor auto-immuun pancreatitis. In Nederland wordt deze studie geleid door het Erasmus MC, daarnaast nemen deel het UMC Utrecht en het Amsterdam UMC, locatie AMC.

De behandeling van auto-immuun pancreatitis is niet gestandaardiseerd en niet evidence-based. Behandeling met corticosteroïden is zeer effectief, maar het is onbekend wat de meest effectieve dosering is, of er onderhoudstherapie gegeven moet worden, en wat risicofactoren voor een recidief van klachten zijn.

Doel van het onderzoek

Het doel van het onderzoek is om in kaart te brengen welke behandelstrategieën er in Europa gebruikt worden en te bepalen welke strategieën het meest effectief zijn in het induceren van initiële remissie, het voorkomen van recidieven, en het voorkomen en behandelen van exocriene pancreasinsufficiëntie. Het doel van de wetenschappelijke stage is om dit in kaart te brengen voor de grote behandelcentra in Nederland, en deze vragen binnen de Nederlandse populatie te beantwoorden.

Onderzoeksmethoden

Dit is een retrospectieve multicenter cohortstudie. Er zullen retrospectief gegevens verzameld worden van alle auto-immuun pancreatitis patiënten die sinds 2005 zijn gediagnosticeerd, in meerdere universitaire medische centra in Nederland. Deze gegevens omvatten demografische gegevens, ziektekenmerken, behandelgegevens, en klinische lange termijns uitkomsten.

Stage

Deze stage is zeer geschikt voor studenten die het leuk vinden om kennis te maken met multicenter (en internationaal) onderzoek doen en die het leuk vinden om voor de stage in meerdere centra actief te zijn. Vanwege het multicenter aspect, kun je veelal zelf bepalen waar en wanneer je werkt. Er is goede begeleiding met veel ruimte voor contactmomenten om vragen en problemen te bespreken. Op de afdeling MDL in het Erasmus MC zijn ook veel andere wetenschapsstudenten en promovendi.

Mogelijkheid als combistage?

  • Indien gewenst kan de stage hoogstwaarschijnlijk gecombineerd worden met een keuzeco-schap maag-, darm- en leverziekten.

Beschikbaarheid

  • De stage is beschikbaar tussen 1 augustus 2019 en 1 januari 2020. De duur van de stage kan in overleg afgestemd worden, mede afhankelijk van de eisen van de faculteit.

Contact

Begeleiders:

 

  • Drs. Kasper Overbeek, arts-onderzoeker. Kasper Overbeek is dagelijks begeleider en contactpersoon | k.overbeek@erasmusmc.nl
  • Dr. Djuna Cahen, mdl-arts. Djuna Cahen is superviserend staflid en eindbeoordelaar | d.cahen@erasmusmc.nl
  • Prof. dr. Frank Vleggaar, mdl-arts. Frank Vleggaar is betrokken namens het UMC Utrehct | f.vleggaar@umcutrecht.nl

Potential biomarkers for successful withdrawal of anti-TNF treatment in patients with Inflammatory Bowel Disease uitklapper, klik om te openen

Inleiding

Bij de afdeling maag-, darm- en leverziekten loopt een grote prospectieve studie naar het staken van anti-TNF therapie bij patiënten met Inflammatory Bowel Disease (IBD) in stabiele remissie (de AWARE studie). In het kader van deze studie wordt biologisch materiaal verzameld (o.a. bloed en darmbiopten) met het doel om een biomarker te identificeren, die voorspelt welke patiënten succesvol de therapie kunnen staken. Hiervoor zijn we op zoek naar een student die een (systematic) review wil schrijven over reeds gepubliceerde biomarkers voor succesvol staken van anti-TNF. Op basis hiervan kunnen we een selectie maken van welke analyses we in gaan zetten voor de samples uit de AWARE studie.

Je wordt begeleid door Remi Mahmoud (arts-onderzoeker) en Bas Oldenburg (MDL-arts). Er zijn vele mogelijkheden om daarna verder te gaan met onderzoek (voor SUMMA: OP2&3), met een klinische focus of juist in samenwerking met het Lab of Translational Immunology (LTI). Ook zijn er een aantal warme internationale contacten.

Doel van het onderzoek

Identificeren van biomarkers voor succesvol afbouwen van therapie bij patiënten met Inflammatory Bowel Disease in remissie met anti-TNF onderhoudstherapie.

Methode

  • Review of systematic review

Mogelijk als combistage?

  • In overleg

Beschikbaarheid?

  • Begindatum: flexibel
  • Einddatum: circa 31 december 2019
  • 5 weken fulltime óf equivalent parttime

Contact

Begeleiders:

  • Remi Mahmoud, arts-onderzoeker | r.mahmoud-2@umcutrecht.nl
  • Bas Oldenburg, mdl-arts | boldenbu@umcutrecht.nl

Divisie: Interne geneeskunde & dermatologie

Afdeling: Maag-, darm- en leverziekten

088 75 507 21

Huispostnummer: L00.418

 

Morbiditeit en mortaliteit van endoscopie vs chirurgie voor T1 colorectale carcinomen uitklapper, klik om te openen

Inleiding

In 2014 is het bevolkingsonderzoek (BVO) naar colorectaal carcinoom (CRC) gestart, waardoor circa 40% van de colorectale tumoren in een vroeg stadium (T1) worden gedetecteerd. Slechts 7-10% van de patiënten met een T1 CRC heeft lymfkliermetastasen en slechts 0.3% van de patiënten heeft metastasen naar long of lever op het moment dat de tumor wordt ontdekt. In tegenstelling tot geavanceerde CRC, kan T1 CRC nog endoscopisch weggehaald worden. De patholoog evalueert vervolgens of er histologische risicofactoren voor lymfkliermetastasen (LNM) aanwezig zijn in het preparaat. Indien deze afwezig zijn, is het risico op LNM verwaarloosbaar klein en volstaat endoscopie. Indien risicofactoren aanwezig zijn, moet chirurgie overwogen worden met als doel de lymfklieren te verwijderen. De keuze om daadwerkelijk over te gaan tot chirurgie is een afweging waarin de morbiditeit en mortaliteit van chirurgie afgewogen worden tegen de kans dat de patiënt baat heeft van secundaire chirurgische resectie (LNM of restweefsel gevonden). Het is bekend dat slechts 15% van de patiënten die verwezen wordt voor chirurgie uiteindelijk baat heeft gehad bij de operatie, de overige 85% ondergaat dus chirurgie zonder enig voordeel maar wordt wel blootgesteld aan de risico’s van chirurgie. Echter, hoewel de risico’s van oncologische chirurgie bekend zijn in geavanceerde CRC,  is het momenteel onbekend wat het risico is van chirurgie in patiënten met T1 CRC. Deze kennis is uitermate belangrijk voor clinici in de weloverwogen keuze om tot secundaire chirurgische resectie over te gaan. Juist nu het BVO is gestart en er meer T1 CRCs gedetecteerd gaan worden, is het uitermate belangrijk hier meer inzicht in te krijgen.

Doel van het onderzoek uitklapper, klik om te openen

Inzichtelijk maken van de morbiditeits- en mortaliteitsrisico’s van chirurgische resectie van T1 CRCs om hiermee een belangrijke bijdrage te leveren aan de risico-afweging om tot secundaire chirurgie over te gaan in patiënten met T1 CRC.

Methoden

  • Retrospectief multicenter cohort studie
  • Identificeren van patiënten die complicaties hebben gehad of zijn overleden tgv colorectale chirurgie binnen een bestaand cohort van ruim 1000 patiënten die een chirurgische resectie van T1 CRC hebben ondergaan.
  • In kaart brengen van type complicaties, graad van complicatie, hospitalisatiedagen, opname op intensive care, overlijden <30 dagen, overall mortaliteit
  • Als de stagetijd daar ruimte voor biedt kunnen deze risico’s afgezet worden tegen de morbiditeit en mortaliteits risico van endoscopie in een reeds bestaand cohort van patiënten die een endoscopische resectie van T1 CRC hebben ondergaan.

Mogelijk als combistage?

  • Ja

Beschikbaarheid?

  • Per januari 2017
  • Stageduur: 3 maanden

Contact

Coördinator: Dr. L.M.G. Moons
Divisie: Interne Geneeskunde & Dermatologie
Afdeling: Maag-darm-leverziekten

088 75 503 87
l.m.g.moons@umcutrecht.nl

Huispost: F 02.618

Barrett’s Oesofagus uitklapper, klik om te openen

Wondhelingsprocessen geïnitieerd door reflux spelen een rol bij de ontwikkeling van Barrett’s oesophagus

Inleiding

Een groot deel van de Westerse bevolking heeft wel eens klachten van reflux, zoals oprispingen en brandend maagzuur. Wanneer er echter sprake is van een continue prikkeling van de slokdarm met maagzuur en galzouten, zal een chronische ontsteking in de slokdarm ontstaan. In reactie hierop kan het gezonde meerlagige plaveisel celepitheel van de slokdarm worden vervangen door éénlagig cilindrisch epitheel. Dit proces wordt aangeduid met de term Barrett’s oesofagus (BO). Hoewel BO meestal niet leidt tot ernstige klachten, geeft het wel een sterk verhoogd risico op slokdarmkanker. Slokdarmkanker is sterk in opkomst, en is vaak niet goed behandelbaar waardoor het een slechte prognose heeft. Recent is ontdekt dat chronische ontsteking een belangrijke factor speelt in de ontwikkeling van BO en slokdarmkanker.

Doel van de stage

In dit voorstel zal de aard van de ontstekingsreactie worden vastgesteld in biopten uit de slokdarm van patiënten met reflux, BO en slokdarmkanker. Door de chronische blootstelling aan de schade-inducerende componenten uit reflux wordt een wondhelingsproces geïnduceerd in het slokdarmweefsel. In ieder individu zal het slokdarm epitheel anders reageren op reflux geïnduceerde schade. Slechts bij een deel van de reflux patiënten verergert de aandoening tot BO, mogelijk ligt een verandering in het wondhelingsproces hieraan ten grondslag. Het doel van dit onderzoek is het kwantificeren van specifieke eiwitten betrokken bij wondgenezing in slokdarmbiopten van patiënten met reflux oesofagitis, Barrett’s oesofagus en adenocarcinoom van de slokdarm.

Methoden

  • Bij poliklinische onderzoeken aanwezig zijn en slokdarm biopten verzamelen
  • Patiënten met reflux, BO en adenocarcinoom opzoeken en inschrijven in database
  • (Immuno-) histochemische kleuringen verrichten op weefsel van patiënten

Mogelijk als combistage?

  • ja

Beschikbaarheid?

  • continu

Contact

Coördinator: Dr. P.D. Siersema
Divisie: Interne Geneeskunde & Dermatologie
Afdeling: Maag- Darm en Leverziekten
Huispost: F02.618
030 2509338
p.d.siersema@umcutrecht.nl

Aanbieder: Dr. R.C.M. Kiekens
Divisie: Interne Geneeskunde & Dermatologie
Afdeling: Maag- Darm en Leverziekten
Huispost: F02.618
030 2509811
r.kiekens@umcutrecht.nl

Studielijn Endoscopische behandeling van T1 carcinomen in het colon uitklapper, klik om te openen

Optimale behandeling van T1 carcinomen in het colon

Vakgebied: Gastroenterologie

Inleiding

Met de komst van het bevolkingsonderzoek naar colorectaal carcinoom (CRC), zal binnen een paar jaar 50% van de colorectale tumoren in een vroeg stadium (T1) worden gedetecteerd. Dit opent mogelijkheden voor minimaal invasieve behandelingen als endoscopische verwijdering of transanale microchirurgie (TEM), omdat slechts 7% van de patiënten met een T1 tumor gelijktijdig lymfklier metastasen heeft en slechts 0.3% metastasen naar long of lever kent. Nu al worden frequent poliepen verwijderd welke een vroeg carcinoom blijken te hebben (T1), maar waarbij steeds de discussie ontstaat over de te kiezen modaliteit van behandeling. De recente nieuwe richtlijn colorectaal carcinoom heeft voor het eerst een hoofdstuk opgenomen over maligne poliepen, en heeft na zijn uitkomen al geleid tot veel discussie. Er bestaat derhalve een hiaat in de kennis over de prognose, patiënt selectie, therapie keuze, follow-up en uitkomsten van de behandeling van T1 carcinomen. Dit heeft een groep van 10 ziekenhuizen doen besluiten de handen in een te slaan en samen een cohort samen te stellen van 1026 T1 tumoren die in de afgelopen 10 jaar zijn behandeld. Dit cohort is reeds samengesteld en wordt nu gebruikt om belangrijke vragen te beantwoorden.

Methoden

  • Population based onderzoek naar de ideale follow-up van T1 tumoren
  • Nested-case control studie naar (histologische) risicofactoren voor lymfklieretastasen en recidieven bij gesteelde poliepen als ook vlakke poliepen met een T1 CRC
  • Opzetten van een prospectieve registratie van grote poliepen met maligne kenmerken ter evaluatie van de endoscopische inschatting op een invasief T1 CRC.

Doel van de stage

Ontwikkelen van nieuwe criteria voor het selecteren van patienten voor minimaal invasieve procedures, patiënt selectie voor adjuvante chirurgische behandeling, en follow-up van T1 CRCs. 

Rapportage

Het is het streven om de resultaten van het onderzoek te presenteren op de 3 maandelijkse bespreking van de Dutch T1 CRC Working Group en op het landelijke congres van de Nederlandse Vereniging Gastroenterologie (NVGE).

Mogelijk als combistage?

  • ja

Beschikbaarheid?

  • continu

 

Contact

Coördinator: Prof.dr. P.D. Siersema
Divisie: Interne Geneeskunde & Dermatologie
Afdeling: Maag-darm-leverziekten
030-2507004
p.d.siersema@umcutrecht.nl
Huispost: F 02.618

Aanbieder: dr. L.M.G. Moons
Divisie: Interne Geneeskunde & Dermatologie
Afdeling: Maag-darm-leverziekten
 06 14599001
l.m.g.moons@umcutrecht.nl
Huispost: F 02.618

Studielijn Optimale diagnostiek, behandeling en follow-up van Subepitheliale tumoren in de bovenste tractus digestivus uitklapper, klik om te openen

Optimale diagnostiek, behandeling en follow-up van subepitheliale tumoren in de bovenste tractus digestivus

Vakgebied: Gastroenterologie 

Inleiding

Soms wordt een kleine tumor uitgaande van de wand van de slokdarm, maag of duodenum bij toeval gevonden bij gastroscopie of beeldvorming van de buik (CT of echo). Deze subepitheliale tumoren, zeker wanneer < 3 cm, zijn een klinische uitdaging omdat het onbekend is of deze subepitheliale tumoren nu daadwerkelijk de potentie hebben om maligne te ontaarden en omdat, doordat het vaak lastig blijkt weefsel te verkrijgen, het vaak ook moeilijk is een definitieve diagnose te stellen.

Het is dan ook een aanhoudende (inter)nationale discussie of deze subepitheliale tumoren derhalve operatief moeten worden verwijderd, dan wel dat ze vervolgd moeten worden door middel van endosonografie (EUS). Dit heeft een landelijk EUS werkgroep doen besluiten aanvullend retrospectief onderzoek te verrichten in verschillende Nederlandse centra. Op basis van deze gegevens zal een protocol worden gemaakt voor de diagnostiek en behandeling van subepitheliale tumoren van de bovenste tractus digestivus in Nederland. 

Doel

  1. Hoe vaak wordt er progressie gezien van  een subepitheliale tumor van slokdarm, maag en of duodenum < 3 cm in de follow-up
  2. Welke endosonografische, histologische kenmerken voorspellen progressie naar een maligniteit
  3. Welke techniek is het beste te gebruiken om een definitieve diagnose te stellen

Methoden

Retrospectief onderzoek in verschillende Nederlandse centra verbonden aan het landelijke EUS platform naar

  1. Progressie van een subepitheliale tumoren gedurende follow-up
  2. Weefsel en diagnostische opbrengst van verschillende toegepaste technieken

Rapportage

Het is het streven om in ieder geval eenmalig te rapporteren aan de landelijke EUS werkgroep en op het jaarlijks congres van de Nederlandse Vereniging GastroEnterologie (NVGE)

Mogelijk als combistage?

  • ja

Continue?

  • ja

 

Contact

Aanbieder: dr. L.M.G. Moons
Divisie: Interne Geneeskunde & Dermatologie
Afdeling: Maag-darm-leverziekten
Huispost: F 02.618
06 14599001

l.m.g.moons@umcutrecht.nl

Keuzeproject Ischemische-colitis uitklapper, klik om te openen

Op weg naar meer begrip van een ischemische colitis

Vakgebied: Gastroenterologie

Inleiding

Wanneer de doorbloeding naar het colon tijdelijk of pertinent is verlaagd kan een ischemische colitis ontstaan. Vaak gaat deze ontsteking vanzelf weer over, maar 7-21% van de patiënten kent een slecht beloop met sterfte of noodzaak tot resectie als gevolg. Door gebrek aan inzicht in het ziektebeeld is het heden zeer lastig te voorspellen welke mensen een slechte uitkomst zullen hebben op de korte termijn (sterfte, noodzaak tot resectie, opname IC) of op de lange termijn (aanhoudende buikpijn, recidief ischemische colitis, stenosering of het ontwikkelen van andere vasculaire ziekten). Laat staan dat er interventies zijn ontworpen en getest die de kans op een slechte uitkomst verlagen.

Methoden

  • Identificatie van mensen met een histologisch bewezen ischemische colitis, en colitis van een andere etiologie in endoscopie databases van de deelnemende ziekenhuizen in de regio Utrecht in de periode 2000 tot 2012
  • Retrospectief vastleggen van risicofactoren en uitkomsten van het beloop, en het opsturen van een vragenlijst naar bovenstaande patiënten welke informeert naar klachten en het ontwikkelen van secundaire vasculaire events
  • Het risicomodel wordt gemaakt aan de hand van β-coëfficiënten van predictors gevonden met univariate en multivariate regressie analyse

Doel van de stage

Het opstellen van een risicomodel voor het voorspellen van de uitkomst van ischemische colitis op de korte en de lange termijn op basis van een multicentrisch retrospectieve case-control studie.

Referentie

  • Castleberry AW, Turley RS, Hanna JM, Hopkins TJ, Barbas AS, Worni M, Mantyh CR, Migaly J. A 10-year longitudinal analysis of surgical management for acute ischemic colitis. J Gastrointest Surg. 2013 Apr;17(4):784-92
  • Mensink PB, Moons LM, Kuipers EJ. Chronic gastrointestinal ischaemia: shifting paradigms. Gut. 2011 May;60(5):722-37.

Mogelijk als combistage?

  • ja

Beschikbaarheid?

  • continu

Contact

Coördinator: Dr. P.D. Siersema
Divisie: Interne Geneeskunde & Dermatologie
Afdeling: Maag- Darm en Leverziekten
Huispost: F02.618
030 2509338
p.d.siersema@umcutrecht.nl

Aanbieder: dr. L.M.G. Moons
Divisie: Interne Geneeskunde & Dermatologie
Afdeling: Maag-darm-leverziekten
Huispost: F 02.618
06 14599001

l.m.g.moons@umcutrecht.nl

Studielijn Optimale diagnostiek, behandeling en follow-up van Subepitheliale tumoren in de bovenste tractus digestivus uitklapper, klik om te openen

Standaard vragenlijst verhoogd de detectie van erfelijk en familiair darmkanker

Vakgebied: Gastroenterologie

Inleiding

Bij ongeveer 13.000 mensen wordt jaarlijks in Nederland een colorectaal carcinoom (CRC) vastgesteld. 10-25% van de mensen met een CRC blijkt een erfelijke aanleg (bekende genetische afwijking zoals FAP of Lynch syndroom) of familiaire aanleg (meerdere 1e of 2e graads familieleden met CRC) voor CRC te hebben. Als deze mensen in een eerder stadium zouden worden herkent zou een coloscopie met surveillance nadien CRC in een vroeger stadium kunnen detecteren, hetgeen de overleving sterk verbetert, of zelfs kunnen voorkomen door het verwijderen van hoog risico poliepen. Heden gebeurt dat onvoldoende waardoor mensen vaak te laat met klachten melden bij de huisarts.

Doel van de stage

Het verhogen van de detectie van erfelijk of familiair belastte families door middel van de afname van een standaard vragenlijst naar de familie anamnese bij patiënten die een coloscopie ondergaan.

Methoden

  • Sinds februari 2013 krijgen alle mensen die een coloscopie in het UMC Utrecht ondergaan een standaard vragenlijst naar de familie anamnese voor kanker uitgereikt.
  • De incidentie van nieuwe gevallen van families met erfelijk of familiair CRC worden bepaald in het prospectief vastgelegde cohort met een vragenlijst en vergeleken met de incidentie van families met erfelijk en familiair CRC in het coloscopie cohort van de afgelopen 3 jaar.

Referentie

  • Zauber AG, Winawer SJ, O'Brien MJ, Lansdorp-Vogelaar I, van Ballegooijen M, Hankey BF, Shi W, Bond JH, Schapiro M, Panish JF, Stewart ET, Waye JD. Colonoscopic polypectomy and long-term prevention of colorectal-cancer deaths. N Engl J Med. 2012
  • Pieper C, Kolankowska I, Jöckel KH. Does a screening questionnaire for familial and hereditary colorectal cancer risk work in a health insurance population? Eur J Cancer Care (Engl). 2012

Mogelijk als combistage?

  • ja

Beschikbaarheid?

  • continu

Contact

Coördinator: Dr. P.D. Siersema
Divisie: Interne Geneeskunde & Dermatologie
Afdeling: Maag- Darm en Leverziekten
Huispost: F02.618
030 2509338
p.d.siersema@umcutrecht.nl

Aanbieder: dr. L.M.G. Moons
Divisie: Interne Geneeskunde & Dermatologie
Afdeling: Maag-darm-leverziekten
Huispost: F 02.618
06 14599001

l.m.g.moons@umcutrecht.nl

Laaggradige dysplasie uitklapper, klik om te openen

De voorspellende waarde van immunohistochemische markers en 2nd opinion op progressie bij patiënten met laaggradige dysplasie in Barrett slokdarm

Inleiding

Patiënten met Barrett oesofagus (BO) hebben een 30-125 keer verhoogd risico op het ontwikkelen van een adenocarcinoom (AC). De progressie in BO vindt plaats via toenemende graderingen van dysplasie: laaggradige dysplasie (LGD), hooggradige dysplasie (HGD) en uiteindelijk AC. De aanwezigheid van LGD is een risicofactor voor progressie naar HGD en AC. Er zijn aanwijzingen dat positieve p53 immunohistochemie en bevestiging van de diagnose LGD door een expert patholoog dit risico verhogen. Echter, dit is nog niet op uitgebreide schaal onderzocht.

Doel van stage

  • Het vaststellen van progressie naar HGD en AC in een landelijk cohort van patiënten met LGD in BO.
  • Het bepalen van de voorspellende waarde van positieve immunohistochemische markers en bevestiging van de LGD diagnose door een expert patholoog op progressie bij patiënten met LGD in BO.

Methoden

  • Identificeren van patienten met LGD in BO in PALGA, de landelijke pathologie database
  • De frequentie van progressie naar HGD/ AC en het gebruik van immunohistochemie en 2nd opinion vaststellen
  • Het bepalen van de voorspellende waarde van immunohistochemie en 2nd opinion op progressie bij patiënten met LGD in BO.

Werkplan / fasen (in weken)

  • 1-4 Oriëntatie, literatuur search, constructie van database en search strategie, schrijven van introductie
  • 5-10 Data analyse, schrijven van methode en resultaten
  • 11-12 Afronden van stage, presentatie, verslag, concept artikel

Mogelijk als combistage?

  • nee

Beschikbaarheid?

  • continu

Contact

Coördinator: Dr. P.D. Siersema
Divisie: Interne Geneeskunde & Dermatologie
Afdeling: Maag- Darm en Leverziekten
Huispost: F02.618
030 2509338
p.d.siersema@umcutrecht.nl

Aanbieder: Drs. R.E. Verbeek
Divisie: Interne Geneeskunde & Dermatologie
Afdeling: Maag-darm-leverziekten
Huispost: F 02.618
088 7559811
r.e.verbeek-2@umcutrecht.nl

Studielijn Colitis-geassocieerd colorectaal carcinoom uitklapper, klik om te openen

Studielijn Colitis-geassocieerd colorectaal carcinoom: epidemiologie, pathogenese, surveillance en behandeling

Inleiding

IBD patienten hebben een met 2 tot 15 maal verhoogde kans op het ontwikkelen van colorectaalcarcinomen, met name 7 tot 10 jaar na het stellen van de diagnose. Dit is reden dat internationale richtlijnen werden opgesteld. De kennis ten aanzien van risicofactoren, voorloperstadia, pathogenese, behandeling en optimale surveillance strategieen is beperkt. Deze in het UMCU opgezette studielijn heeft ondertussen nieuwe inzichten en tal van publicaties opgeleverd.

Doel van de stage

  • In kaart brengen van risicofactoren voor het ontwikkelen van colitis-geassocieerd CRC
  • Analyse van huidige surveillance strategieen
  • Effectiviteit analyseren van de op dit moment toegepaste behandelingen van voorloperstadia van colitis-geassocieerd CRC

Methoden

  • Analyse van aanwezige databases
  • Retrospectief onderzoek verzamelen van nationale data van IBD patienten die gescreend zijn, in samenwerking met andere leden van de Dutch IBD Research Group -veelal andere academische centra-.

Mogelijk als combistage?

  • ja

Referentie

  • Lutgens MWMD et al. Declining risk of colorectal cancer in IBD; an updated meta-analysis of population-based cohort studies. Inflamm Bowel Dis 2013;19:789-99
  • Mooiweer E et al. Disease severity does not affect the interval between IBD diagnosis and development of CRC: result from two large Dutch case series. J Crohns Colitis 2012;6:435-40
  • Van Schaik et al. Adenomas in patients with inflammatory bowel disease are associated with an increased risk of advanced neoplasia. Inflamm Bowel Dis 2013;19: 342-9
  • Van Schaik et al. Thiopurines prevent advanced colorectal neoplasia in patients with inflammatory bowel disease. Gut 2012;61:235-40ja

Contact

Coördinator: B. Oldenburg
Divisie: Interne Geneeskunde en Dermatologie 
Afdeling: Maag,- Darm- en leverziekten
Huispost: f02.618
088 7557325
b.oldenburg@umcutrecht.nl

Studielijn Familiare Barrett oesofagus uitklapper, klik om te openen

Studielijn Familiare Barrett oesofagus

Inleiding

Barrett-oesofagus (BE) ontstaat door metaplasie van plaveiselepitheel naar intestinaal cilinderepitheel onder invloed van gastro-oesofageale reflux. Het aantal patiënten met een BO en daarmee de incidentie van het adenocarcinoom is de laatste 20 jaar sterk toegenomen in de Westerse wereld. Via de tussenstappen laaggradige en hooggradige dysplasie in BEkan een adenocarcinoom van de slokdarm(EAC) ontstaan. Er zijn verschillende studies verschenen die familiair voorkomen van BE en EAC beschrijven.1-3 De opzet van deze studielijn is het in kaart brengen van familiair voorkomen van BO en EAC in Nederland.

Doel van de stage

  • Het bepalen van de familiaire clustering van BE en/of EAC bij 1ste en 2e graads familie leden van patiënten met BE of EAC in Nederland.
  • Ter controle van de vragenlijsten worden 1ste en 2e graads familieleden uitgenodigd voor een gastroscopie om de diagnose BE vast te stellen. (toekomst)
  • Interactie tussen genetische- en omgevingsfactoren bestuderen. (toekomst)

Methode

  • Het verzamelen van data door het benaderen van patiënten en familieleden van patiënten die bekend zijn met een Barrett oesofagus.
  • Het in kaart brengen van positieve families.
  • Analyse van de verzamelde data.

Mogelijk als combistage?

  • ja

Referentie

  • Chak A, Lee T, Kinnard MF, Brock W, Faulx A, Willis J, Cooper GS, Sivak MV, Jr., Goddard KA. Familial aggregation of Barrett's oesophagus, oesophageal adenocarcinoma, and oesophagogastricjunctional adenocarcinoma in Caucasian adults. Gut 2002;51:323-328.
  • Ash S, Vaccaro BJ, Dabney MK, Chung WK, Lightdale CJ, Abrams JA. Comparison of endoscopic and clinical characteristics of patients with familial and sporadic Barrett's esophagus. Dig Dis Sci 2011;56:1702-1706.
  • Chak A, Ochs-Balcom H, Falk G, Grady WM, Kinnard M, Willis JE, Elston R, Eng C. Familiality in Barrett's esophagus, adenocarcinoma of the esophagus, and adenocarcinoma of the gastroesophageal junction. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev 2006;15:1668-1673.

Contact

Coördinator: Dr. P.D. Siersema
Divisie: Interne Geneeskunde & Dermatologie
Afdeling: Maag- Darm en Leverziekten
Huispost: F02.618
030 2509338
p.d.siersema@umcutrecht.nl

Studielijn Inflammatory Bowel Disease uitklapper, klik om te openen

Studielijn Inflammatory Bowel Disease: fenotypes, gebruik van medicijnen, complicaties

Inleiding

IBD of inflammatory bowel disease heeft nog steeds een stijgende incidentie. Op dit moment wordt geschat dat er 60.000 patiënten in Nederland aan deze groep aandoeningen leiden. Ondanks het feit dat er de laatste jaren forse vooruitgang geboekt is in de medicamenteuze behandeling van deze aandoeningen, wordt nog steeds een groot deel van de patiënten geopereerd omdat de gebruikte medicatie faalt. Ook is de kennis ten aanzien van de pathofysiologie aanzienlijk toegenomen: meer dan 160 mutaties blijken geassocieerd te zijn met een toegenomen kans op ontwikkeling van IBD. De komende jaren moet duidelijk worden in hoeverre geno- en fenotypering een rol speelt bij respons op verschillende medicijnen.

 

Doel van de stage

  • Onderzoek naar de effectiviteit en veiligheid van geneesmiddelen bij IBD, te onderzoeken aan de hand van verschillende patiëntcohorten beschikbaar in het UMC Utrecht.
  • Identificatie van (bio)markers of klinische parameters die het ziektebeloop bij patiënten met IBD voorspellen.
  • Onderzoek naar het beloop van IBD in verschillende leeftijdsgroepen, bij patiënten met bijzondere ziekte manifestaties, of na specifieke ingrepen.

Methoden

  • Analyses gebruikmakend van bestaande patiëntcohorten.
  • Samenstellen van nieuwe cohorten op basis van bestaande databanken.

Mogelijk als combistage?

  • ja

Referentie

  • Adalimumab and infliximab are equally effective for Crohn’s disease in patients not previously treated with anti-tumor necrosis factor-alpha agents. Clin Gastroenterol and Hepatol 2013;11:826-31.

Contact

Coördinator: B. Oldenburg
Divisie: interne geneeskunde en dermatologie 
Afdeling: maag,- darm- en leverziekten
Huispost: F02.618
088 7557325
b.oldenburg@umcutrecht.nl

Bedankt voor uw reactie!

Heeft deze informatie u geholpen?

Graag horen we van u waarom niet, zodat we onze website kunnen verbeteren.

Werken bij het UMC Utrecht

Contact

Afspraken

Praktisch

umcutrecht.nl maakt gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van cookies Deze website toont video’s van o.a. YouTube. Dergelijke partijen plaatsen cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt kunt u dat hier aangeven. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren.

Lees meer over het cookiebeleid

Akkoord Nee, liever niet