Terug

ADHD en autisme in het onderwijs

ADHD en autismespectrumstoornis in het onderwijs

Patiëntfolder

Is er op uw school recent een leerling gediagnosticeerd met een ontwikkelingsstoornis, dan is deze folder voor u bestemd. We informeren u hiermee met name over ADHD en autismespectrumstoornis (ASS), twee stoornissen die veel voorkomen. De informatie is in samenwerking met de Prof. Fritz Redlschool cluster IV onderwijs, tot stand gekomen.

informatiefolder ADHD en ASS in het onderwijs

Informatie over ADHD uitklapper, klik om te openen

Bij uw leerling is de diagnose ADHD gesteld. ADHD is een afkorting van het Engelse 'Attention Deficit Hyperactivity Disorder'. In het Nederlands spreken we van een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit. U vindt hier de belangrijkste informatie over ADHD, gevolgd door informatie over ADHD in het onderwijs en tips voor u als leerkracht.

Hoe vaak komt ADHD voor?

ADHD komt in de basisschoolleeftijd voor bij ongeveer 3-5 van de 100 kinderen. In elke schoolklas zit dus gemiddeld één kind met ADHD. Op de middelbare school komt ADHD voor bij ongeveer 1 of 2 op de 100 adolescenten. Van de volwassenen heeft ongeveer 1 op de 100 ADHD. ADHD komt ongeveer vier keer vaker voor bij jongens dan bij meisjes.

Wat zijn verschijnselen van ADHD?

Positieve kanten van ADHD

Als een kind ADHD heeft, kunnen veel dingen  ook goed gaan. Iemand met ADHD kan spontaan en energiek zijn, creatief  en doortastend, sportief en eerlijk. Ook eigenschappen als gevoel voor humor, gevoeligheid en zorgzaamheid passen bij iemand met ADHD.

Waar kan uw leerling last van hebben?

  • Aandachts- en concentratieproblemen
    Dit betekent bijvoorbeeld: snel afgeleid zijn, moeite hebben met zich lang op één ding richten, slordigheidsfouten maken, niet luisteren naar instructies, dingen niet afmaken, alles tegelijk doen, vergeetachtig zijn, dingen kwijt zijn. 
  • Hyperactief gedrag            
    Dit  betekent bijvoorbeeld: niet stil kunnen zitten, steeds met handen en voeten bewegen, wiebelen of friemelen, een gevoel van continue innerlijke rusteloosheid, niet kunnen stoppen met praten.
  • Impulsief gedrag            
    Dit  betekent bijvoorbeeld: niet denken maar doen, moeite hebben met op de beurt te wachten, impulsief geld uitgeven of gokken en eenmaal ergens mee bezig kan het moeilijk zijn te stoppen.

Bij ADHD komende de volgende problemen ook vaak voor: 

  • Leerproblemen
  • Slaapproblemen
  • Last van angst
  • Last van tics (plotse onwillekeurige bewegingen of geluiden)
  • Moeite met gezag
  • Bewegingsproblemen (struikelen, niet netjes schrijven)
  • Problemen in sociale situaties 
  • Planningsproblemen

Wanneer is er sprake van ADHD?

De eerder genoemde verschijnselen kunnen ook voorkomen bij mensen zonder ADHD.
Er is sprake van ADHD als een combinatie van deze kenmerken de normale ontwikkeling thuis, op school, op het werk of in contact met leeftijdsgenoten ernstig belemmert.

Zijn er soorten ADHD?

Er zijn drie (sub)typen van ADHD:

  1. ADHD met vooral aandachts- en concentratie problemen;
  2. ADHD met vooral hyperactiviteit en impulsiviteit;
  3. ADHD met zowel aandachtsconcentratieproblemen als hyperactiviteit en impulsiviteit; dit komt het meeste voor.

Wat zijn oorzaken van ADHD?

ADHD is voor een deel erfelijk.  Onderzoek  leert dat de structuur van de hersenen wat afwijkt en de samenwerking  tussen bepaalde hersengebieden minder goed verloopt. Bij deze  samenwerking zijn bepaalde neurotransmitters betrokken waarbij het  evenwicht lijkt verstoord. Medicijnen kunnen het evenwicht tussen deze  stoffen tijdelijk veranderen, waardoor de samenwerking tussen de hersencellen en  hersendelen ook kan verbeteren.

Ook binnen het UMC Utrecht Hersencentrum wordt  wetenschappelijk onderzoek gedaan naar ADHD. Voor meer informatie, zie www.niche-lab.nl.

Wat zijn mogelijke behandelingen voor ADHD?

Voor ouders en kind is het van belang dat ze  goed geïnformeerd zijn over de diagnose, zodat ze problemen die ermee  samenhangen beter kunnen begrijpen. Daarvoor bieden wij diverse  mogelijkheden zowel individueel als in groepsverband. Daarnaast kan het  ook leerkrachten helpen om het kind beter te begrijpen als zij goede  informatie hebben over de diagnose.

Medicijnen kunnen ervoor zorgen dat het kind minder druk en impulsief is en dat aandacht en concentratie verbeteren.

In diverse onderzoeken bekijken we of andere behandelvormen een zinvolle bijdrage kunnen leveren aan de behandeling van ADHD.

ADHD en onderwijs: tips in de klas uitklapper, klik om te openen

Schoolbegeleiding

Op advies van de behandelaar vindt er na onderzoek ondersteuning van de school plaats in de vorm van een  schoolconsult vanuit de Ambulante Begeleidingsdienst van de Redlschool in samenwerking met het UMC Utrecht Hersencentrum.

Zij kunnen u eventueel ook ondersteunen bij  aanvraag van leerling gebonden financiering en kunnen de Ambulante  Begeleiding na toekenning uitvoeren in samenwerking met behandelaren van  het UMC Utrecht Hersencentrum.

Verder kunnen zij de school passende zorgarrangementen bieden rond het begeleiden van gedrag. Zij stemmen dan met uw school af welke vorm de begeleiding kan krijgen, afgestemd op de  schoolsituatie en de eventuele  behandeling in het UMC Utrecht. Voor meer info: www.redl.nl of a.klooster@redl.nl (06-50802596).

Logo-FritzRedlschool

Basisvoorwaarden

Waar moet u op letten als u leerlingen met AD(H)D begeleidt? Hieronder vindt u diverse adviezen. Vooropgesteld  staat dat de volgende basisvoorwaarden aanwezig zijn:

  • pedagogisch klimaat
  • goed klassenmanagement
  • een basishouding die uitgaat van onmacht bij de leerling met AD(H)D.

Tips over de organisatie

  • Geef de leerling een plaats in de klas dicht bij de leerkracht. Zo kunt u vaker herinneringen en bevestiging geven.
  • Zorg voor heldere regels, afspraken en consequente omgang. Dit voorkomt veel onduidelijkheid.

Tips over de werkhouding

  • Geef korte overzichtelijke taken. Bekijk vooraf of de leerling de hele oefening moet maken, of dat het maken van  een deel van de taak voldoende is voor de beheersing van dit onderdeel. Zeg dit vooraf.
  • Geef na een korte taak een korte bevestiging en biedt de volgende taak aan (een klein sterretje* tot waar de leerling werkt kan al een goede afbakening zijn)
  • Overzicht en haalbaarheid zal het competentiegevoel van de leerling vergroten.
  • Biedt taken waarbij concentratie belangrijk is  op de ochtend aan en aan het begin van de middag. De concentratie is  dan over het algemeen beter dan aan het eind van de dag.
  • Probeer tegemoet te komen aan de bewegingsdrang van de leerling. Creëer hiertoe bijvoorbeeld bepaalde momenten. Laat hem of haar iets ophalen of vragen in een andere klas. Toestaan dat er op afgebakende momenten gelopen mag worden is ook  mogelijk.
  • Creëer een rustige werkplek. Geen overbodige materialen op tafel. Denk ook aan het blikveld van de leerling, zorg dat er niet teveel afleidende materialen (of kinderen) in zijn/haar blikveld staan. Je kunt denken aan een werkplek waarbij de tafel tegen een blinde muur staat, of een scheidingswandje (kastenwand) dat het zicht ontneemt tot andere kinderen.
  • Biedt de leerling handvatten voor het aanpakken van complexere taken, bijvoorbeeld via het zelfinstructiemodel  van Meichenbaum of een ander stappenplan (Stippe-Stappe).
  • Help het kind op weg. Zeg de naam van de leerling bij aanvang van het werkmoment. Schrijf wat hij of zij moet doen als het niet tot werken komt,  bijvoorbeeld: “Pak je potlood. Maak oefening 1 en kom het daarna laten zien. Wat is het eerste antwoord? Goed, schrijf dat maar op die regel”. Ook zou een kaartje op de tafel van de leerling kunnen helpen, waar je naar verwijst:
  1. Pak je potlood
  2. Lees de vraag
  3. Schrijf het antwoord op

Tips over de omgang

  • Geef vaak een positieve reactie. Benoem alle  mini-stappen die goed gaan. Zelfs het voornemen om te beginnen kan  positief benoemd worden. “Ik zie dat je je potlood al wilt pakken. Geweldig. Ik zie dat je het gaat proberen”.
  • Negeer niet al te storend negatief gedrag en benoem het positief gewenste gedrag.
  • Probeer niet elke keer de naam van de leerling te noemen als hij of zij niet werkt.
  • Kijk goed naar het kind. Zie waar het fout gaat. Bedenk dat het een kwestie is van niet-kunnen in plaats van niet-willen.
  • Bespreek samen het doel, geef aan dat jij de leerling kan helpen. Maak het kind hiermee zelf verantwoordelijk voor de kleine stappen. De leerkracht kan ondersteunen en begeleiden.
  • Belangrijk is om met de leerling te praten in plaats van het over de leerling te hebben met anderen.
  • Stel een contract op met het kind, waarbij het beloningen kan verdienen als positief gedrag vertoond wordt. Bijvoorbeeld als het lukt om op je plaats te blijven zitten (Kids Skills).
  • Benoem concreet gewenst gedrag.
  • Wees duidelijk en consequent. Stel duidelijke grenzen en spreek een kind aan op zijn verantwoordelijkheid als het niet  lukt (hoe ga je het goedmaken?). Geef sancties aan bij ernstig negatief gedrag en pas deze consequent toe. Bijvoorbeeld agressief gedrag naar een ander kind betekent excuus maken, bewijzen dat je anders kunt en eventueel uitsluiting van deelname tot die tijd.

Bovenstaande tips zijn enkele richtlijnen die u zou kunnen toepassen afhankelijk van de leeftijd en behoefte van het kind in de klas.

Informatie over een autismespectrumstoornis uitklapper, klik om te openen

Bij uw leerling is de diagnose ASS gesteld. ASS is de afkorting van autismespectrumstoornis. Hier vindt u de belangrijkste informatie over ASS en tips voor de leerkracht.

Wat is ASS en hoe vaak komt het voor?

ASS komt voor bij ongeveer 1 procent van de kinderen, adolescenten en volwassenen. Deze mensen hebben vooral moeite met het sociale begrip en de sociale intuïtie. Dat maakt hen vaak onzeker en angstig en deze angst wordt vaak ingetoomd doordat ze zich vasthouden aan bekende regels en patronen.

Wat zijn verschijnselen van ASS?

Positieve kanten van ASS

Als een leerling ASS heeft, kunnen ook veel dingen goed gaan. Eén of meer van de volgende eigenschappen kunnen bij een leerling passen:

  • eerlijk
  • precies, oog voor detail
  • bijzonder gevoel voor humor
  • goed geheugen
  • vaak goed in computeren of puzzelen

Een leerling met ASS kan problemen hebben met:

Sociale wederkerigheid

  • het contact is vaak grenzeloos en bizar; er is sprake van objectivering van de ander 
  • het kind kan plezier en bezigheden met anderen niet delen

Communicatie 

  • het taalgebruik is, hoewel vaak correct, eigenaardig, plechtstatig 
  • het kind maakt gebruik van stopwoorden en stereotype uitdrukkingen. 

Verbeeldend vermogen 

  • het kind is in de ban van één thema, heeft éénzijdige interesses (bijvoorbeeld dinosaurussen, astronomie);  
  • het kind stelt eindeloos vragen om het vragen; 
  • het kind verliest zich in fantasieën; fantasie en werkelijkheid worden nauwelijks onderscheiden; 
  • het kind kan onlogische angsten hebben; 
  • er is sprake van gefragmenteerd denken en 
  • het kind heeft moeite met generaliseren. 

Planningsproblemen
Leerlingen met ASS hebben vaak moeite om te plannen en om de gevolgen van dingen die ze doen vooraf te overzien. Leerlingen met ASS doen daardoor vaker negatieve ervaringen op.

Leren uit ervaring
Leerlingen leren van ervaringen en passen hun  gedrag aan. We weten dat leerlingen met ASS moeilijker gedrag aanleren en oud gedrag afleren. 

Rigiditeit
Kinderen met ASS hebben vaak hun eigen gewoontes en patronen die houvast bieden. Ze zijn hierin vaak weinig flexibel. 

Bij ASS komen de volgende problemen ook vaak voor:

  • Algehele ontwikkelingsachterstand
  • Slaapproblemen
  • Eet- en/of drinkproblemen
  • Onrustig/druk gedrag

Wanneer is er sprake van ASS?

Kenmerken van ASS komen in min of meerdere mate voor bij mensen zonder ASS. Er is sprake van ASS als een combinatie van deze kenmerkende normale ontwikkeling thuis, op school of in het sociale contact ernstig belemmert.

Zijn er soorten ASS?

Tot dusver werd er een onderscheid gemaakt in diverse verschillende subtypen van ASS met behulp van het classificatiesysteem van de DSM (Diagnostic and Statistical manual of Mental disorders). In de DSM die in 2013 verschenen is, wordt er geen onderscheid meer gemaakt tussen diverse subtypen van ASS. Een classificatiesysteem heeft voor- en  nadelen, het belangrijkste is het individuele kind met zijn sterke en zwakke kanten die we zorgvuldig in kaart brengen en beschrijven in onze onderzoeksbrief.

Wat zijn oorzaken van ASS?

Een leerling kan er niets aan doen dat hij ASS heeft. Bij kinderen met autisme functioneren de hersenen anders, dat betekent dat informatie die binnenkomt op een andere manier verwerkt  wordt. Over de oorzaak hiervan is nog weinig bekend. Er wordt veel onderzoek naar gedaan. Wel is duidelijk dat erfelijkheid een belangrijke rol speelt: in sommige families komt autisme meer voor.

Wat zijn mogelijke behandelingen voor ASS?

Er is (nog) geen behandeling die autisme kan genezen. Autisme kan zich in de verschillende levensfases wel anders uiten, waarbij gedragskenmerken meer of minder op de voorgrond komen te staan. Behandeling is er enerzijds op gericht om de ontwikkeling van het kind te stimuleren en anderzijds om de omgeving te ondersteunen in de opvoeding van het kind.

Behandeling kan individueel of groepsverband plaatsvinden voor zowel ouders en/of kind. In sommige gevallen kan medicatie ondersteunen.

ASS en onderwijs: tips in de klas uitklapper, klik om te openen

Schoolbegeleiding

Na onderzoek kan de behandelaar adviseren dat de school ondersteuning krijgt. Dit kan in de vorm van een schoolconsult  vanuit de Ambulante Begeleidingsdienst van de Redlschool in samenwerking met het UMC Utrecht Hersencentrum.

Zij kunnen u eventueel ook ondersteunen bij  aanvraag van leerling gebonden financiering en kunnen de Ambulante Begeleiding na toekenning uitvoeren in samenwerking met behandelaren van  het UMC Utrecht Hersencentrum.

Verder kunnen zij de school passende zorgarrangementen bieden rond het begeleiden van gedrag. Zij stemmen dan met uw school af welke vorm de begeleiding kan krijgen, afgestemd op de schoolsituatie en de eventuele behandeling in het UMC Utrecht. Voor meer info: www.redl.nl  of a.klooster@redl.nl (06-50802596).

Basisvoorwaarden

Waar moet u op letten als u leerlingen met ASS begeleidt? Hieronder vindt u diverse adviezen. Vooropgesteld  staat dat de volgende basisvoorwaarden aanwezig zijn:

  • pedagogisch klimaat
  • goed klassenmanagement
  • een basishouding die uitgaat van onmacht bij de leerling met ASS.

Tips over sociale interactie

Weet dat de leerling moeite heeft om sociale interacties en emoties van zichzelf en anderen te begrijpen. 

  • vergroot het sociale begrijpen (vertel wat de verwachte reacties zijn)
  • neem zelf een emotioneel-neutrale houding aan 
  • geef uitleg over sociale gebeurtenissen en conflicten: leg zijn/haar aandeel uit 
  • de leerling beseft niet altijd dat hij onderdeel van een groep is. Dus in plaats van "allemaal bij de deur komen", noem je de leerling bij zijn naam en zeg je wat je van hem/haar verwacht 
  • de leerling heeft een sterk rechtvaardigheidsgevoel (zowel ten voordele als ten nadele van zichzelf)

Tips over communicatie

Houd er rekening mee dat de leerling geschreven en gesproken taal letterlijk kan opvatten en moeite heeft met non-verbaal gedrag. 

  • let op het taalgebruik, communiceer zo concreet en helder mogelijk (zeg wat je doet, doe wat je zegt)
  • gebruik visuele ondersteuning (schrijven, tekenen) op digibord en/of papier 
  • houd de instructie zo kort mogelijk: geef eventueel voldoende herhalingen 
  • controleer of de taak of instructie begrepen is (bijvoorbeeld door de leerling te vragen de opdracht te herhalen)
  • deze leerlingen vinden het moeilijk om (extra) uitleg te vragen. Nodig hen daartoe uit: "Kan ik je nog ergens mee helpen?" 
  • spreek niet in figuurlijke zin 
  • gebruik geen bij- of koosnamen, dubbele betekenissen, sarcasme of cynisme.

Tips over verbeeldend vermogen en flexibiliteit

Houd rekening met het tekort in betekenisverlening en weet dat de leerling het geleerde niet automatisch toepast in andere situaties. Besef dat de leerling moeite heeft met vrije opdrachten en creatieve vakken. Deze leerlingen hebben sterke motivatie voor hun eigen interessegebied(en), maar minder voor andere. 'Moeilijk' gedrag is een uiting van onvermogen, niet van onwil, of wordt veroorzaakt door sensorische overgevoeligheden. 

  • breng extra voorspelbaarheid aan: geef duidelijk het dagrooster/dagplan aan, en volg het consequent 
  • bespreek veranderingen op het dagplan en maak deze zichtbaar. 
  • begrijp dat de leerling moeilijk los kan komen van een voorgenomen actie/programma.
  • houd rekening met het feit dat de leerling wat meer tijd nodig heeft, voer de druk niet op 
  • besef dat het niet (volledig) uitvoeren van een taak kan komen door een gebrek aan overzicht (bijvoorbeeld van de te nemen stappen).
  • geef de te volgen stappen aan met een stappenplan of herinneringskaartjes.
  • ondersteun handig agendagebruik.
  • maak planning inzichtelijk in agenda.
  • voorkom confrontaties met drukke/onbekende situaties door goede voorbereiding, aanbieden van een andere taak of sta de leerling toe om uit de situatie gaan
  • help bij het onderscheiden van hoofd- en bijzaken.
  • geef de leerling direct complimenten bij handig gedrag, zodat hij leert wat het gewenste gedrag is.
  • corrigeer ongewenst gedrag door er snel en duidelijk op te reageren en het gewenste gedrag te benoemen.
Fritz Redlschool

Meer informatie uitklapper, klik om te openen

Ouder-/patiëntenvereniging

De landelijke vereniging voor ouders van kinderen met ontwikkelingsstoornissen bij leren en/of gedrag is Balans. Er is onder andere informatie via het blad Balans Belang.

Balans

Postbus 93,
3720 AB Bilthoven
Tel. 030 - 225 50 50
Website: www.balansdigitaal.nl

Internet

Op de onderstaande websites vindt u meer nuttige informatie:

Boeken over ADHD en ASS

  • Hulpwaaier ADHD in de klas, Uitgeverij Pica (mei 2012)
  • Omgaan met ADHD op school, Mirjam Blanken
  • Zit stil! Op school! Omgaan met ADHD in de klas., R.Bollaert
  • Het is ADHD: alles over de kenmerken, diagnose, behandeling en aanpak thuis en op school. A.Paternotte en J. Buitelaar
  • Hulpwaaier Autisme in de klas, Uitg. Pica (mei 2012)
  • 10 dingen die je zou moeten weten over kinderen met Autisme, Uitg. Pica
  • Leerlingen met autisme in de klas Landelijk Netwerk Autisme
  • Autisme op school BaO  Martine Delfos, Uitg. Quirijn
  • Autisme op school VO  Martine Delfos, Uitg. Quirijn
  • CED groep: Wijzer Onderwijs Autisme

Hulpprogramma's

Gericht op ADHD

Er zijn verschillende programma’s zoals “Kids Skills”, “taakspel” en “Positive Behavior Support” als ondersteuning voor leerkrachten.

Deze programma’s zijn erop gericht dat alle kinderen in de klas zich beter aan klassenregels houden en zich taakgerichter gedragen. Deze programma’s zijn niet specifiek gericht op  kinderen met AD(H)D of ASS. De leerkrachten worden in verschillende sessies getraind door een coach/ambulant begeleider.

Gericht op ASS

  • Geef me de vijf - Colette de Bruin, Uitg. Graviant
  • Sociaal Gedrag  Elke dag - V. Hopmans en M. v.d. Horst,  Uitg. Pica

Contact uitklapper, klik om te openen

Voor een afspraak hebt u een verwijzing nodig van uw huisarts of specialist, welke zal worden verwerkt en beoordeeld door het Advies- & aanmeldteam.

Polikliniek Ontwikkeling in Perspectief

Telefoonnummer: 088 75 55888 Email adres: aanmeldteampsychiatrie@umcutrecht.nl Het Advies- & aanmeldteam is op werkdagen bereikbaar van 8:00 tot 17:00.
Overige contactgegevens

De polikliniek Ontwikkeling in Perspectief bevindt zich in het UMC Utrecht op de afdeling Psychiatrie, niet in het WKZ.

Bedankt voor uw reactie!

Heeft deze informatie u geholpen?

Graag horen we van u waarom niet, zodat we onze website kunnen verbeteren.

Werken bij het UMC Utrecht

Contact

Afspraken

Praktisch

umcutrecht.nl maakt gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van cookies Deze website toont video’s van o.a. YouTube. Dergelijke partijen plaatsen cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt kunt u dat hier aangeven. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren.

Lees meer over het cookiebeleid

Akkoord Nee, liever niet